Waarom gewicht een game‑changer is
Op het ijs draait alles om snelheid, balans en explosiviteit; een paar kilo te veel, en je glijdt niet meer, maar slipt. Een paar kilo te weinig, en je verliest die onmisbare duw in de scrum. Het draait niet om een getal op de weegschaal, maar om performance. Kijk, de elite spelers weten dat gewicht een wapen is, geen handicap.
Stap 1: BMI? Ja, maar met een knipoog
De Body Mass Index is de snelste meetlat, maar niet de enige. Een hockeyer met 85 kg en 1,85 m: BMI ≈ 25, net boven de “normaal”. Toch kan dat gewicht perfect zijn als 20 % spiermassa bestaat uit explosieve quadriceps. Dus, start met BMI, maar verken daarna je lichaamssamenstelling.
Stap 2: Spelerstype en spiermassa
Forwards hebben een “power‑profile”, verdedigers een “stability‑profile”. Een verdediger met 90 kg en 30 % vetmassa worstelt met wendbaarheid. Een forward met 80 kg en 10 % vet? Klaar voor de aanval. Meet je lichaamsvet via een DEXA‑scan of een betrouwbaar caliper‑instrument; de cijfers vertellen je of je spieren of vetten de boventoon voeren.
Stap 3: Voeding op maat
Je macro’s moeten je gewicht ondersteunen, niet ondermijnen. Proteïne = 2 g per kg lichaamsgewicht is een minimum voor herstel. Koolhydraten voor glycogeenvoorraad, vetten voor hormonale balans. En hier komt ijshockeynijmegen.com in beeld: hun voedingscoach stipt de juiste macro‑ratio’s af. Niet praten, handelen.
Stap 4: Training en gewichtscycli
In de pre‑season bouw je massa op: kracht, hypertrofie, 4‑6 setten, low‑reps. In de competitie‑fase scherp je af: speed‑work, plyometrics, minder gewicht, meer explosiviteit. Je weegschaal moet deze cycli reflecteren. Een stijging van 2‑3 kg in de off‑season is geen mislukking; het is jouw “off‑season bulk”.
Stap 5: Praktische check vóór elke wedstrijd
Voel je je traag? Check je weegschaal en je bodyfat. Voel je je “light” maar zwak? Check je spiermassa. En nog belangrijker: test je sprinttijd op 20 m. Als je onder 3,2 s blijft, dan zit je goed. Als je 3,5 s bereikt, is het tijd om je gewicht bij te stellen.
Actie: meet nu je vetpercentage, noteer je sprinttijd en pas je macro’s aan zodat je gewicht binnen 0,5 % van je ideale performance‑gewicht zit. Begin straks met een 5‑dagen‑cycle, focus op 0,5 kg aan spier, geen extra vet.